COLUMN | Piya Deseure - Europa, quo vadis? Waar ga je heen?

04/04/2017 - 14:51
Beeld: Piya Deseure
Piya Deseure
Vorige zomer heb ik het voorrecht genoten het medeslachtoffer te zijn van een racistisch incident. Als blanke hoger opgeleide (trans)vrouw. Of was het ‘slechts’ een uiting van afkeer voor vreemdelingen?

Het gebeurde op de terugweg van Italië, in een rustig dorpje in de Franse Jura. Ooit had het enige internationale faam genoten omwille van zijn sanatoria voor tuberculosepatiënten. "Vous parlez bien le français." "Je spreekt goed Frans". Was de opmerking van de dame aan de balie van het hotel als een compliment bedoeld? “Kunnen we hier iets te eten vinden?” Er zijn wel enkele “kleine restaurantjes” in het dorp. Versta : verwacht er niet te veel van.

Na een korte wandeling door de straatjes van het ingeslapen dorp, stapten we een pizzazaak binnen. Op een tweetal tafeltjes na was het restaurant leeg. “Bonjour, waarvoor komen jullie?” vroeg een dame. Bon, om te eten natuurlijk. "On est complet.” “We zijn volzet!” Heel even had de pizzabakker van achter zijn toog opgekeken naar de gebronsde jongeman die mij vergezelde. Waarna hij zich weer vol overgave op de bereiding van zijn pizza’s stortte.

Misschien had ik om uitleg moeten vragen? Maar alles leek mij plots overduidelijk. Die vreemde stilte in het dorp. Het gevoel aangestaard te worden door de weinige, wat in hun voortuin rondlummelende personen. Een tweeletterwoord flitste mij door het hoofd. Buiten op de stoep zei ik tegen mijn verbouwereerde zoon: “Front National”.

Wat een verschil met het gastvrije Frankrijk dat ik mij herinner uit mijn jeugd. Marie, de nicht van mijn grootvader, was ooit als zesjarige met haar ouders naar een voorstad ten zuiden van Parijs verhuisd. Maar de warme band met de Vlaamse tak van de familie werd verschillende generaties lang gekoesterd. De buren van Marie waren Italiaanse inwijkelingen. Nu verknalde nota bene een pizzabakker, die zelf ook een afstammeling was van Zuid-Europese migranten, mijn geïdealiseerde beeld van de Franse gastvrijheid. Was ik naïef geweest? Enkele dagen eerder in Turijn werd mijn zoon nog steevast voor een volbloed Italiaan aangezien.

De geografische ruimte waarin ik ben opgegroeid, wil ik delen met mijn kinderen. Ik heb hen opgevoed tot burgers van dit in al zijn verscheidenheid zo prachtige continent, met die uitzonderlijk mooie naam: Europa. Wat voor zin heeft het om overal weer barrières op te werpen? Willen we terug naar 1961, toen de Franse douaniers en grève du zèle, in stiptheidsstaking, mijn ouders die op huwelijksreis vertrokken tot staan brachten? En hen in de druilerige motregen hun met tent en kampeergerei volgestouwde autootje volledig lieten uitladen? 

Mijn geboortestreek, de Westhoek, ligt schrijlings op de schreve. Grenzen tussen landen, volkeren en culturen zijn er om overschreden te worden. Niet om achter opgesloten te worden. Net zo min als genderidentiteiten overigens. Mijn zwerversziel wil vrij kunnen reizen van de Noordse fjorden tot aan de zonovergoten mediterrane costa’s. Ik wens niet dat mijn kinderen omwille van hun huidskleur achtergesteld worden. Of het lot ondergaan van die vergeten nomadenvolkeren die op Europese bodem al eeuwenlang nergens welkom zijn.

Als lid van een andere minderheid wiens bestaan tot voor kort werd doodgezwegen, kan ik alleen maar hartstochtelijk pleiten voor vrijheid, gelijkheid en medemenselijkheid. Want ik weet wat het betekent om je ergens niet helemaal ‘thuis’ te voelen. Het is verschrikkelijk om niet als gelijkwaardig behandeld te worden. Het als ‘anders’ ervaren worden, ondermijnt je zelfvertrouwen. Het kruipt in je, wordt deel van je zelfbeeld, waardoor je je echte of vermeende achterstelling vanzelfsprekend gaat vinden. En je kansen mist. Omdat de horden waar je over moet hoger lijken. En dat kan en wil ik niet aanvaarden! Niet als transgender en ook niet als ouder!

Bron: 

Eigen verslaggeving