Çavaria wil aangiftebereidheid na holebifobie en transfobie vergroten

21/06/2017 - 00:00
Beeld: LGBThatecrimes.eu
Come Forward
Çavaria neemt deel aan Come Forward, een pan-Europees project dat de onderrapportering van holebifobie en trabsfobie wil verhelpen. Er is nu een website: LGBTHateCrime.eu.

De Universiteit van Brescia in Italië en LGBT-organisatie Lambda Warszawa in Polen startten het project 'Come Forward: Empowering and Supporting Victims of Anti-LGBT Hate Crimes' met 22 organisaties in tien Europese landen om holebi's en transgenders aan te zetten om holebifobie en transfobie te melden.

Come Forward mikt op de oprichting van toegewijde onderzoekscentra, de verbetering van slachtofferzorg, het delen van goede praktijken, de versterking van internationale samenwerking en de sensibilisering en empowering van slachtoffers. Verder wil het project slachtoffers informeren over hun rechten.

Middenveld

Come Forward kijkt naar het middenveld om dit project te doen slagen. Piotr Godzisz van Lambda Warszawa wil middenvelorganisaties politie en justitie laten opleiden en meer data over holebifobie en transfobie verzamelen.

LGBTHateCrime.eu verzamelt informatie over trainingen in 44 landen en allerhande publicaties. In de tweede helft van 2018 komt er een congres over holebifobe en transfobe haatmisdrijven. Dat congres zal plaatsvinden in Bulgarije.

Projectcoördinator prof. dr. Giacomo Viggiani van de Universiteit van Brescia ziet LGBThatecrimes.eu uitgroeien tot een platform voor de toekomst.

België en Europa

In België werken drie organisaties mee aan dit project: çavaria, Unia en het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

"Samen met de andere partners proberen wij een zicht te krijgen op de manier waarop holebi's en transgenders die slachtoffer werden van een haatmisdrijf, begeleid worden in de betrokken Europese lidstaten", vertelt çavaria-beleidsmedewerker Kenneth Mills.

Europa vaardigt richtlijnen uit die de rechten van slachtoffers van misdrijven waarborgen. Die richtlijnen moeten omgezet worden in nationale wetgeving en op een correcte manier in de praktijk gebracht worden. "Maar dat is minder evident dan het klinkt", zegt Mills. "Bovendien legt Europa op dat er een individuele beoordeling moet zijn van de noden van slachtoffers, waarbij men rekening moet houden met persoonlijke kenmerken zoals seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie."

Vorming

"Daarom gaan we ook een vormingsaanbod ontwikkelen voor politie en diverse gespecialiseerde diensten. Doordat we samenwerken, zal dat aanbod grotendeels gelijkvormig zijn in de verschillende betrokken landen."

Aangiftebereidheid

"Op de lange termijn willen we dat meer holebi's en transgenders een klacht willen neerleggen wanneer zij slachtoffer werden van een haatmisdrijf. En dat, als ze die keuze maken, ze er ook geen spijt van krijgen. Bijvoorbeeld omdat ze ergens geen volledige informatie kregen, ze niet goed werden doorverwezen, hun noden niet gezien werden ...", legt Mills uit.

"We willen dit bereiken door de uitgebreide professionele omkadering die er nu al is te ondersteunen in de opdracht die ze heeft ten aanzien van onze doelgroep."

Pijnpunten

Een onderdeel van het project bestaat erin een duidelijker beeld te krijgen van de pijnpunten in de betrokken landen en om goede praktijken te delen.

"Op nationaal wetgevend vlak moet er ook in België sowieso nog wat gebeuren, maar we willen ook beter zicht krijgen op hoe slachtoffers in de praktijk begeleid worden."

"Overigens zijn de justitiehuizen recent een verantwoordelijkheid van de deelregeringen geworden. Meer dan vroeger ligt de focus van de begeleiding van slachtoffers bij Vlaanderen. Het is nog een beetje bekijken wat dit allemaal met zich meebrengt", besluit Mills.

Bron: 

Eigen verslaggeving

Hier niet op klikken aub