PANELGESPREK | Racisme in de LGBT-gemeenschap ontleed

29/06/2017 - 13:53
Beeld: Image by Mira Photography voor ZiZo
Van links naar rechts: Fourat, Rachida, Abdellah en Jana
De holebi- en transgendergemeenschap wordt vaak gezien als een veilige haven waarin iedereen zichzelf kan zijn. Maar stemt dit beeld overeen met de werkelijkheid? Wanneer er wordt gesproken over holebi’s en transgenders, denken we bijna automatisch aan blanke mensen. Hoe komt dat? Heeft het racisme diep wortel geschoten in de LGBT-wereld? ZiZo peilt in een panelgesprek met enkele persoonlijk betrokkenen naar hun ervaringen.

Een van onze panelleden is Rachida Aziz. Zij bouwde in Brussel haar winkel om tot een coworkingspace en ontmoetingsruimte voor wie werkt rond duurzaamheid en sociale vernieuwing: ‘Le Space’. Abdellah Bijat, die als eerste Marokkaanse man deelnam aan Mister Gay Belgium en intussen zijn eigen mediaplatformen creëerde, schuift ook mee aan tafel. Hij wordt vergezeld door Fourat Ben Chikha, die professioneel actief was binnen Sensoa en momenteel werkt voor çavaria. Jana Miah, masterstudent gender en diversiteit, vervolledigt de groep. Zij heeft buitenlandse roots, maar wordt op basis van haar huidskleur vaak niet gepercipieerd als persoon die behoort tot een etnisch-culturele minderheid. Fourat en Jana spreken in dit interview in eigen naam. Hun uitspraken zijn geen officiële standpunten van de organisatie(s) waar ze voor werk(t)en.

Welke situaties komen jullie in het dagelijkse leven tegen die op racisme duiden?
Rachida: “We moeten racisme niet herleiden tot anekdotes van wat iemand persoonlijk meemaakt. Racisme gaat over machtsrelaties, een groep mensen die wordt onderdrukt op basis van een onderdeel van hun identiteit. Racisme speelt zich steeds af in een specifieke context. In Europa ligt de macht bij de witte klasse. Zij onderdrukt mensen met een andere huidskleur. De situaties waar je naar vraagt, noem ik daily racism. Wij strijden vooral tegen structureel en institutioneel racisme. Daily racism wordt mee gevoed door de politieke wil om een kapitalistisch systeem overeind te houden. Dat systeem heeft onderdrukking nodig om te overleven. Het wordt op een populistische manier gebruikt om bevolkingsgroepen tegen elkaar uit te spelen. Bij holebifobie en seksisme gelden trouwens dezelfde mechanismen. Om de oorsprong van het racisme te begrijpen moet je naar de geschiedenis kijken. Vooral de Verlichting heeft racisme in de betekenis van het classificeren van mensen in klassen op basis van ras doen ontstaan. De Westerse Verlichtingstheorie heeft rassen opgedeeld in beschaafde en onbeschaafde rassen. De geschiedenis van het racisme is echter een complexe materie waar honderden boeken over geschreven zijn.”
Jana: “Racisme is een dominant discours dat binnen een bepaalde samenleving wordt gevoerd. Wat er verteld wordt over een bepaalde groep gaat daarbij de omgang tussen mensen beïnvloeden of zelfs bepalen. Doordat er een elite is in de samenleving, krijgt zij de mogelijkheid om zich op een bepaalde manier uit te spreken over bepaalde minderheidsgroepen. Die geprivilegieerde positie van een elite houdt volgens mij racisme in stand.”
Fourat: “Ik begrijp waarom Rachida de klemtoon legt op het systeem. Daily racism is echter belangrijk. De racismewetgeving in België is helemaal niet efficiënt. Daarom zijn die anekdotische gevallen van racisme belangrijk. Zij maken het probleem tastbaar. Ik spreek even persoonlijk als homoman die zijn coming-out deed toen hij achttien was. Ik had toen een romantisch idee van de homowereld. Daarin kan je zijn wie je wilt, dacht ik. Toen ik voor het eerst uitging in het milieu, stond ik op de dansvloer van discotheek Red&Blue. De aanwezigen daar vonden het kennelijk zeer normaal dat onbekenden zomaar aan mijn lijf zaten. Toen ik hen duidelijk maakte dat ik het niet oké vond dat ze mij aanraakten zonder mijn toestemming, kreeg ik te horen: ‘Je bent een Arabier, je bent een gemakkelijke jongen.’ Binnen de blanke homowereld krijgen holebi’s en transgenders met een migratieachtergrond een andere status toebedeeld. Dat is het fundamentele probleem. Hetzelfde gebeurt wat betreft de legitimiteit van de seksuele identiteit die we aannemen. In het verenigingsleven zien we dat personen met een andere etniciteit dan de blanke vernauwd worden tot hun etniciteit. Daarnaast wordt homofobie geculturaliseerd. Vaak word ik wanneer ik uitga in het gay milieu en wanneer ik iemand voor het eerst ontmoet aangesproken als een vertegenwoordiger van de allochtone gemeenschap. Ik heb van die gemeenschap deels afstand genomen en voel me er als zoon van Tunesische ouders tegelijk deels in thuis, maar draag er natuurlijk niet de verantwoordelijkheid voor! We gaan van een blanke heteroman toch ook geen verantwoording vragen voor de daden van Marc Dutroux? Als je dat mechanisme probeert aan te kaarten, word je echter meteen nog meer in de rol van dader geduwd. Als je vanuit een oprechte verontwaardiging het debat voert, krijg je meteen te horen: zie je wel hoe opvliegend die persoon is! Als je racisme aankaart, krijg je vaak de dooddoener: ‘Ja maar, bij jullie is er ook veel homofobie. Dus wat is het probleem?’ Voor we mogen deelnemen aan het maatschappelijke debat, moeten we verantwoording afleggen en helemaal afgekraakt worden. We moeten eerst het evenbeeld van de blanke elite worden, voor we spreekrecht krijgen!”

Reactie op uiterlijke kenmerken

Jana: “Ik ervaar dat persoonlijk minder. Ik word dan ook al heel mijn leven als een blanke persoon gezien. Daardoor word ik zelden of nooit geconfronteerd met racisme dat tegen mij gericht is. Mensen polsen heel af en toe wel eens naar mijn achtergrond. Als ik spreek over racisme en daarbij vertel dat ik zelf tot een etnisch-culturele minderheid behoor, wordt dat vaak meteen geminimaliseerd. Doordat ik niet meteen afstand moet doen van mijn afkomst om op gelijke hoogte met iemand te komen staan, kan ik vaak als brugpersoon tussen culturen optreden.”
Rachida: “Racisme is geënt op uiterlijke kenmerken, hé. Ik was onlangs in Eritrea. Ik sprak daar met activisten over racisme in Europa. Zij begrepen niet dat blanke mensen een onderscheid kunnen maken tussen hen en mij. Zij zagen het verschil in kleur niet! Wanneer je onderdrukt wordt omwille van je huidskleur treden er zogenaamde copingmechanismen op. Het zijn de manieren waarop je omgaat als individu met de onderdrukking die je ervaart omwille van je identiteit of een deel daarvan.”
Fourat: “Om een voorbeeld te geven. Mijn moeder uit zich zeer welbespraakt om zo weinig mogelijk de indruk te geven dat ze een migratieachtergrond heeft. In de opvoeding merk je dat ook. Mijn moeder was bereid om driedubbel te werken om ervoor te zorgen dat ik er even goed uitzag als mijn klasgenootjes. Zelfs als we gingen ravotten in het bos, moesten we bij wijze van spreken een duur polohemdje van Lacoste dragen. Je probeert met andere woorden te beantwoorden aan wat acceptabel is binnen een samenleving met een dominante elite.”
Rachida: “Depressie is ook een copingmechanisme. Of afhaken, jezelf verliezen in alcohol of drugs. Op straat hangen is nog een mechanisme. Ook radicaliseren kan je als copingmechanisme beschouwen. Ik beschouw mezelf als geradicaliseerd op activistisch vlak. Radicaal activisme is nodig! Als er geen mensen zijn die de lat hoog leggen, komen we er niet.”
Fourat: “Het besef dat je minderheidsstress kunt ombuigen in iets constructiefs, is boeiend. We hebben immers meer activisten nodig. We zitten hier aan tafel met twee generaties. Rachida en ik behoren tot een generatie die al jaren de lat vrij hoog legt. Abdellah en Jana behoren hopelijk tot de generatie die de lat nog hoger gaat leggen. Onze ouders waren vooral bezig met overleven, waardoor wij de ruimte hebben moeten claimen om maatschappelijke eisen te stellen.”
Abdellah: “Copingmechanismen is iets waar je niet bij stilstaat. Doordat je zo vaak in het verdomhoekje wordt geduwd, ga je jezelf automatisch verdedigen zonder jezelf er nog bewust van te zijn.”

Mannenharems

Fourat: “Je moet het spel van de dominante elite wel voor een stuk meespelen om ruimte op te eisen. Je bereikt na een tijd echter een bepaald punt waarbij je zelf gaat bepalen met welke stem je spreekt, zonder dat het nog een negatieve weerslag heeft op de kansen die je krijgt. Zo koos Abdellah tijdens zijn deelname aan Mister Gay Belgium voor een thema dat zeer gevoelig lag.”
Abdellah: “Ik wilde met mijn deelname tonen dat homoseksualiteit bestaat binnen de Marokkaanse gemeenschap en spreken over homo-zijn en geloof. Ik heb de verkiezing gebruikt omdat ik anders dat platform niet had gekregen. De organisatoren van Mister Gay Belgium dachten natuurlijk dat ik zou meelopen in het gelid. Ik ben echter trouw gebleven aan mijn thema en dat heeft voor frictie met de organisatie gezorgd. Bovendien genereerde mijn deelname enorm veel media-aandacht en dat leidde de aandacht af van de titelvoerende Mister. De organisatie heeft op een gegeven moment afstand van mij gedaan. Toen ze zich distantieerden, wilden ze me afschilderen als de luie kandidaat. Ik gaf nochtans altijd respons op hun berichten, tijdens en na de verkiezing. Ik wou met mijn deelname vooral ingaan tegen de veronderstelling dat er in de Koran staat dat homoseksualiteit zondig is en bestraft moet worden. In de Koran bestond het woord homoseksualiteit zelfs nog niet. Ik wou jongeren aanmoedigen om niet zomaar te geloven wat er over homoseksualiteit en de islam gezegd wordt. Zoek het zelf op!”
Fourat: “Feitelijkheid en terminologie zijn twee verschillende zaken. Seksuele diversiteit is in de Arabische cultuur uitvoerig beschreven. Denk aan het werk van de dichter Abu Nawas, die in de achtste en negende eeuw na Christus leefde. Hij leverde het sterkste bewijs dat seksuele diversiteit sterk aanwezig was in de Arabische maatschappij en niet gecriminaliseerd werd. Homoseks werd in de Arabische wereld pas gecriminaliseerd wanneer het gebied gekolonialiseerd werd. Daarvoor was dat niet het geval, hé! Tot de veertiende eeuw waren er in Turkije en Irak mannenharems.”
Abdellah: “Hou ook rekening met de stromingen binnen de islam: het soefisme en het wahabisme. Wahabisme is een politieke stroming binnen de islam, een fundamentalistische conservatieve vertakking van het soennisme die homoseksualiteit sterk veroordeelt. Saoedi-Arabië heeft zijn rijkdom gebruikt om het wahabisme, een verkeerde vorm van de islam, te verspreiden.”
Fourat: “Homofobie in de Arabische wereld is vooral toe te schrijven aan een patriarchale machocultuur, niet aan het geloof. De vrouw doet er dienst voor het sociaal kapitaal, de eer, en alles wat bij mannen naar vrouwelijkheid neigt, wordt als problematisch ervaren. Die machocultuur beperkt zich ook niet tot de Arabische wereld, hé! Holebifobie culturaliseren is problematisch. Mijn lief komt uit een klein West-Vlaamse dorp. Voor hem was het evenmin gemakkelijk om zijn coming-out te doen. Als je vandaag uit de kast komt, zijn daar verschillende strategieën voor. Veel moslims hebben hun eigen manier ontwikkeld om met de complexiteit aan seksuele diversiteit binnen hun eigen gemeenschap om te gaan. Volgens het dominante, blanke denken zijn er slechts twee scenario’s: je doet je coming-out of je doet het helemaal niet.”

Coming-out en coming-in

Abdellah: “Er wordt hier in het Westen veel gewicht aan coming-out gegeven. In de Marokkaanse gemeenschap is echter vooral de coming-in belangrijk. Holebi’s en transgenders met die achtergrond willen zich gewaardeerd voelen binnen de LGBT-gemeenschap, waardoor ze daar zichzelf kunnen zijn. Wanneer ze de stap zetten is de druk echter heel groot om ook meteen een coming-out te doen. Blanke holebi’s kunnen niet altijd correct inschatten wat er op het spel staat bij een coming-out voor holebi’s die moslim zijn.”
Rachida: “In iedere emancipatiestrijd komt dit voor. Ook binnen de minderheid is er een elite die op een bepaald niveau de strijd voert en dat emancipatiemodel oplegt aan de rest van de wereld. Mensen willen hun lokale context opleggen aan de rest van de wereld. In elke emancipatiestrijd is het echter belangrijk dat de betrokkenen de strijd bepalen. Ik zal als activiste nooit een mening uiten, een analyse maken of oordelen vellen over een emancipatiestrijd waarin ikzelf niet betrokken ben. In de strijd tegen holebifobie wordt er vaak verondersteld dat er een soort etnisch-culturele specificiteit is aan homo-zijn. Die aanpak werkt stigmatiserend en contraproductief. Lokale groepen gaan binnen een lokale context hun strijd tegen onderdrukking voeren. Ik kan alleen maar hopen dat we al die verschillende strijden steunen zonder elkaar een model op te leggen. Anders verval je in koloniaal LGBT-activisme. De bevolking in onze steden is heel divers, zowel qua cultuur, origine als religie. In Brussel is er eigenlijk geen meerderheid meer. Er is nog wel een meerderheidsdiscours.”
Fourat: “Ik raad iedereen aan om het boek ‘Superdiversiteit: hoe migratie onze samenleving verandert’ van Dirk Geldof te lezen. In Brussel worden meer dan 120 talen gesproken. Ik hoop dat er een dag komt waarop we zullen aanvaarden dat we met tal van minderheden samenleven. De Vlaamse cultuur zal geïnterculturaliseerd worden. Ik hoop dat onze kinderen de vruchten kunnen plukken van een samenleving die het maatschappelijk debat niet meer voert vanuit een meerderheidsdenken, maar vanuit een inclusief perspectief. ‘Je kunt niet holebifobie bestrijden en tegelijk racist of seksist zijn’, zei Hassan Jarfi heel treffend over een inclusieve samenleving. Mijn oma verwoordde dat idee nog algemener: ‘We zitten allemaal op dezelfde boot, we moeten allemaal door dezelfde stormen en we willen allemaal heelhuids op een mooi, tropisch eiland aankomen.’”
Rachida: “Van die realiteit staan we nog ver af. Nu gooien we mensen overboord wanneer ze niet meer de noden van de meesters kunnen dienen. Migranten waren vroeger nodig in België om de mijnen en de fabrieken van mankracht te voorzien. Eens de kolencentrales sloten, werd er gesproken van deportatie en ‘die bruinen’ opnieuw wegkrijgen. Het land waarin wij geboren zijn, voert nu het debat over hoe ze zich van ons kunnen ontdoen.”

Taal van de onderdrukker

In het publieke debat worden migranten en hun nakomelingen vaak afgeschilderd als een bedreiging van ‘onze welvaartstaat’.
Rachida: “Kennis van onze geschiedenis is belangrijk. De meeste Belgische migranten zijn hier gekomen op vraag van de Belgische overheid zelf. Zij was in het buitenland op zoek naar goedkope arbeidskrachten. Plaats het in de bredere, globale context. Slavernij was nodig om het kapitalisme op te starten. Vervolgens was er kolonisatie. Na de onafhankelijkheidsstrijd van de gekoloniseerde landen, is het kapitalisme gaan nadenken over een andere strategie om aan goedkope arbeidskrachten te geraken. Migranten uit de ontwikkelingslanden via akkoorden aantrekken om in de zware industrie te werken, was een van de strategieën. Bovendien zit je met een gekleurde bevolking in België die nooit migrant is geweest, mensen van mijn generatie. Nochtans wordt er nog steeds over integreren gesproken wanneer het gaat over personen van mijn generatie. Hoe kan het dat wie hier geboren is de taal van het land niet spreekt? Daarin draagt de maatschappij toch ook een verantwoordelijkheid! Zij heeft hen niet geïntegreerd. De vijandige context waarin personen van de tweede en derde generatie opgroeien wordt in maatschappelijke debatten zelden of nooit aangehaald. Er treden natuurlijk copingmechanismen op, een manier om met een samenleving om te gaan die jou eigenlijk niet in haar rangen wil. Wanneer je in het maatschappelijk debat vaak hoort de ze jou niet willen, ga je de landstalen ook associëren met de onderdrukker. Je kunt de vergelijking maken met het Duits, een taal die we na de Tweede Wereldoorlog zijn gaan associëren met het nazisme. Veel Belgen zullen zich herkennen in die haat jegens de Duitse taal. Het is belangrijk om de haat tegen de Nederlandse en Franse taal weg te nemen door mensen met een buitenlandse afkomst als volwaardige personen binnen onze samenleving te beschouwen. Anders ga je de taalachterstand niet kunnen wegnemen!”
Fourat: “Er is veel hypocrisie in de benadering van migranten en onze economie. Enerzijds behoren mensen met een migratieachtergrond tot de onderbouw van de samenleving en worden ze gecriminaliseerd omwille van onderdrukkingsmechanismen. Anderzijds wordt de fiscale amnestie telkens verder uitgediept en heb je personen zoals Patoch Sjodijev die de Belgische nationaliteit krijgen omwille van hun economische status. Sjodijev is nooit geproblematiseerd geweest als migrant. Als ik naar mijn moeder van 60 jaar kijk, zie ik haar handen krom staan van de reuma die ze heeft opgelopen als kuisvrouw. Hoewel ze 40 jaar haar rug krom heeft gewerkt in België, krijgt ze nog regelmatig met dezelfde denigrerende houding te maken als de dag dat ze aankwam in ons land. Dat is het voorbeeld dat mijn generatie kreeg. Mijn moeder is godzijdank heel optimistisch ingesteld en heeft me er altijd op gewezen dat niet iedereen zo negatief tegenover mensen met een migratieachtergrond staat. Ik moest echter veel wantrouwen van me afgooien om dat punt te bereiken. Op die manier verspeel je veel tijd en energie om tot waar geluk te komen. We krijgen al meer ruimte in de samenleving, maar vooral qua politiek discours heb ik de indruk dat we ons nog in 1991 bevinden, aan de vooravond van Zwarte Zondag.”

Minderheden instrumentaliseren

We hebben in Vlaanderen geen recente cijfers over hoeveel procent van de holebi’s en transgenders voor extreemrechtse partijen stemt, maar we weten dat het gebeurt. Bij de voorbije Franse presidentsverkiezingen overwoog 20% van de Franse homo’s op Marine Le Pen te stemmen. Waaraan schrijf je dat toe?
Rachida: “Ik heb veel moeite om te begrijpen waarom holebi’s op extreemrechtse partijen stemmen, terwijl net die partijen holebifoob zijn. Ik was in 2013 door çavaria uitgenodigd op het congres ‘Opvallen en rechtslaan’ over homofobe en transfobe agressie. Ik kwam spreken tijdens een workshop en ben toen door andere deelnemers weg gejouwd. Het racisme in de zaal kwam aan als een harde klap. Ik vraag mij af hoe het komt dat er zo weinig kennis is over onderdrukking bij de achterban van de holebi- en transgenderbeweging.”
Jana: “Een bepaalde identiteit of identiteitsaspecten hebben, betekent nog niet dat je daarover kennis hebt.”
Rachida: “Ik begrijp wel dat je je eigen sociale context niet steeds kunt analyseren. Als je bijvoorbeeld geen hogere studies hebt kunnen doen, doordat je uit de lagere klasse komt, heb je geen toegang tot kennis over je eigen maatschappelijke positie. Vaak gaan mensen die onrecht wordt aangedaan denken dat ze zelf in een slachtofferrol kruipen. Dat hun achtergestelde positie in de samenleving aan henzelf ligt. Misschien moet çavaria harder inzetten op de politieke opvoeding van haar achterban? Zodat sympathisanten van de LGBT-beweging een scherper inzicht krijgen in de redenen van maatschappelijke onderdrukking.”
Fourat: “Het huidige politieke discours doet weinig om islamofobie te tackelen, of legitimeert het zelfs. Dit is haast een uitnodiging voor de holebi- en transgenderbeweging om haar achterban te herinneren aan de eigen strijd. We zijn kennelijk vergeten dat de Belgische politiek lange tijd holebi’s en transgenders zelf heeft onderdrukt. Een deel van de traditionele partijen heeft tegen gelijke rechten gestemd wanneer het ertoe deed.”
Rachida: “Er zijn vandaag nog verscheidene volksvertegenwoordigers actief die heel actief tegen homorechten hebben gepleit. Zij claimen vandaag homorechten als ‘Westerse waarde’ terwijl ze zich er jarenlang tegen verzet hebben. Mensen van kleur herkennen die hypocrisie en kijken erdoorheen. De holebi- en transgendergemeenschap lijkt zich daar veel minder van bewust.”
Fourat: “We mogen ons als minderheidsgroep niet laten instrumentaliseren. Holebi’s en moslims worden door politici vaak tegen elkaar uitgespeeld. Denk aan de insinuatie dat Belgische moslims er gebrand op zijn om holebi’s in ons land hun rechten af te nemen. Laat me duidelijk wezen: nagenoeg iedere holebi met een migratieachtergrond in België heeft meer last gehad van racisme dan van homofobie! Dat spanningsveld wordt in het huidige discours niet onderschreven. De beweging zal nog intensiever bondgenoten moeten zoeken, want het is moeilijk om mensen van een alternatief discours te overtuigen. Laat ons vooral het bestaan van bondgenoten niet miskennen. Ik moedig iedereen die dit interview leest en die tot een bepaalde minderheidsgroep behoort aan om er zich bewust van te zijn dat de strijd nog niet gestreden is.”

Rolmodellen

Abdellah: “Rolmodellen blijven noodzakelijk de dag van vandaag, ook binnen de moslimgemeenschap, waar er nog altijd veel te weinig zijn. Die zichtbaarheid hebben ze nodig om zich vertegenwoordigd te voelen. Ik denk dat de media een positievere rol kunnen spelen dan ze momenteel doen. Zij kunnen discriminatie tegengaan door mensen die behoren tot een minderheidsgroep een platform te geven. Zo zien anderen ook dat mensen die behoren tot etnisch-culturele minderheden vertegenwoordigd worden in de LGBT-gemeenschap. Dat leidt hen dan weer in de richting van de georganiseerde LGBT-beweging. Ik kreeg naar aanleiding van de berichtgeving over Mister Gay Belgium trouwens weinig open vragen van de mainstream media. Ik wilde me vooral profileren als de eerste Marokkaanse finalist, terwijl de media het interessanter vonden om van mij de ‘moslimkandidaat’ te maken. Die media-aandacht heeft wel geholpen om m’n eigen verhaal te brengen, op m’n eigen platform. Via YouTube en m’n blog.”
Rachida: “Mainstream media hebben zich gepositioneerd aan de kant van het establishment. Ik geloof dat maintream media deel van de onderdrukking zijn en niet de oplossing ervan. Wanneer personen die behoren tot etnisch-culturele minderheden worden uitgenodigd om te spreken, gebeurt dat alleen met de framing die mainstream media voorzien en om bepaalde belangen te dienen. You can’t use the mainstream media, because they will use you! Ik ben ervan overtuigd dat we maar een platform gaan krijgen in de eigen, alternatieve media. Mijn hoop rust bij Kif Kif, MO* Magazine, DeWereldMorgen, Apache en onafhankelijke kanalen op de sociale media. Laten we hen samen groot maken!”

Kunnen we nog wel spreken van meerderheden en minderheden in de huidige maatschappelijke context?
Rachida: “In de grootsteden alleszins niet meer. Daar is sprake van hybride culturen. De multiculturele aanpak is eigenlijk voorbijgestreefd, want die verankert cultuur nog te veel in hokjes, terwijl samenleven in eenzelfde stad en de cultuurvormen in die stad elkaar wederzijds beïnvloeden. De culturen waaraan mensen worden blootgesteld hebben meerdere lagen. Er ontstaan daardoor hybride culturen.”
Fourat: “Terecht punt. Edwin Hoffman, een belangrijk persoon als het gaat over deelidentiteiten, herinnert ons eraan dat je als persoon nooit één deelidentiteit bent. Je bent niet alleen hetero, homo, bi of lesbisch, cisgender of transgender. Je bent ook iemands broer, iemands werkgever, iemands buur enzovoort.
Rachida: “Of om het met de woorden van de activiste Audre Lorde te zeggen: ‘There is no such thing as a single-issue struggle, because we don’t lead single-issue lives.’”

Bron: 

Eigen verslaggeving

Hier niet op klikken aub