Piet De Bruyn presenteert rapport over intersekse personen aan Raad van Europa

19/09/2017 - 14:22
Beeld: Piet De Bruyn
Piet De Bruyn
Piet De Bruyn (N-VA) heeft in de Commissie voor Gelijkheid en Non-Discriminatie van de Raad van Europa zijn rapport over intersekse personen voorgesteld. Hij doet verscheidene aanbevelingen die de rechten van intersekse personen moeten vrijwaren en hun maatschappelijke positie kunnen verbeteren.

‘Intersekse’ is een algemene term die wordt gebruikt voor personen met een lichaam dat variaties vertoont op mannelijke en vrouwelijke geslachtskenmerken. Zo kan iemand geboren worden met een vrouwelijk uiterlijk, maar inwendig toch een mannelijke anatomie hebben. De geslachtskenmerken zijn een combinatie van geslachtschromosomen, geslachtsklieren en hormonen en innerlijke en uitwendige geslachtsorganen.

Een persoon kan ook worden geboren met geslachtsdelen die het midden houden qua vorm tussen mannelijke en vrouwelijke types. Bijvoorbeeld een meisje met een uitzonderlijk grote clitoris, of het ontbreken van een vaginale opening, of een jongen met een uitzonderlijk kleine penis, of met een scrotum dat meer de vorm heeft van schaamlippen.

Hokjes

Sommige personen hebben zelfs een mozaïek aan genen, zodat dezelfde persoon in sommige cellen XX-chromosomen en in andere XY-chromosomen heeft. Het is niet altijd vanaf de geboorte duidelijk dat iemand een intersekse conditie heeft. Het kan tot de puberteit duren, of zelfs tot de volwassenheid voor de intersekse conditie wordt vastgesteld.

Aangezien de samenleving heel gericht is op iedereen in te delen in ofwel man, ofwel vrouw, wordt er vaak besloten om bepaalde ingrepen te doen om intersekse personen in één van de twee hokjes, m of v, te doen passen. Dat roept echter heel wat ethische vragen op.

Rapport en aanbevelingen

In september 2016 werd Piet De Bruyn door de Commissie voor Gelijkheid en Non-Discriminatie unaniem aangesteld als rapporteur. Zijn opdracht was om zicht te krijgen op de situatie van intersekse personen in de verschillende landen van de Raad van Europa en op de goede praktijken die er al bestaan. Hij moest op heel wat vragen een antwoord zien te formuleren. Vanaf welke leeftijd kan er chirurgisch ingegrepen worden? Hebben ouders het recht om deze keuze te maken? Moet/kan er gewacht worden tot het kind (mee) kan beslissen? Wanneer moet het kind geïnformeerd worden? …

Piets rapport is nu klaar. Hij doet volgende aanbevelingen:
- Lidstaten moeten het recht op fysieke integriteit respecteren, ook als het over minderjarigen gaat. Alle operaties en andere behandelingen (hormonentherapie...) bij kinderen die nog geen mogelijkheid hebben om hun instemming te geven, dienen te worden verboden. Dit geldt uiteraard niet voor behandelingen die levensreddend zijn, maar deze zijn zeldzaam. De meeste behandelingen zijn eerder ingegeven vanuit maatschappelijk perspectief en niet vanuit medisch perspectief. Vermits de behandelingen onomkeerbaar zijn en levenslang impact hebben op de betrokken personen, dienen ze te worden uitgesteld totdat de betrokken persoon zelf aan het beslissingsproces kan deelnemen.
- Lidstaten moeten zorg aanbieden door een multidisciplinair team waarbij de patiënt centraal staat.

- Iedereen die als professionele zorg/hulpverlener met intersekse personen in contact komt, dient een gepaste opleiding of vorming te krijgen.

- Om een adequate bescherming van de rechten van intersekse personen te garanderen, dient ofwel een specifieke grond 'geslachtskenmerken' aan bestaande anti-discriminatiewetgeving te worden toegevoegd, ofwel expliciet te worden gesteld dat de beschermingsgrond 'geslacht' ook betrekking heeft op intersekse personen.

- Lidstaten moeten zowel het brede publiek als relevante professionelen beter informeren over intersekse en over de rechten van intersekse personen.


Naar plenaire vergadering

Het rapport en de aanbevelingen van Piet De Bruyn werden in de commissie unaniem goedgekeurd. Tijdens de plenaire vergadering van de Raad van Europa op 12 oktober in Straatsburg zal het rapport verder behandeld worden.

Bron: 

Eigen verslaggeving