OPINIE | Fourat Ben Chikha - Laten we ophouden met het opbod tussen minderheden

26/09/2017 - 12:16
Beeld: Fourat Ben Chikha
Fourat Ben Chikha
Lorin Parys (N-VA), kandidaat-burgemeester in Leuven bij de lokale verkiezingen in 2018, liet in Het Laatste Nieuws optekenen over OCMW-personeelsleden die een hoofddoek dragen: "Wat moet iemand bijvoorbeeld met een homoseksuele geaardheid denken als hij aan de balie komt en geholpen wordt door iemand die middels haar kleding communiceert dat ze homoseksualiteit niet tolereert?” Fourat Ben Chikha kan zich daar niet in vinden en wil dat het opbod tussen minderheden ophoudt.

Fourat Ben Chikha is bij çavaria projectmedewerker Safe Havens. Dit stuk is in eigen naam geschreven en vertolkt geen officiële standpunten van çavaria.

Beste Lorin Parys,

"Als de onwetendheid zo onpeilbaar diep is dat we alle moslims als een monolithisch blok beschouwen waarbinnen iedereen identiek denkt en handelt, dan winnen we een oorkonde voor imbeciliteit." Klinkt dit citaat je bekend in de oren? Hopelijk wel, want het komt uit een column van jouw hand, uit 2015. Nu is het toch wel bijzonder jammer dat een zelfde mildheid en begripvolle reactie ver te zoeken is na je uitspraak over de beslissing van het OCMW in Leuven om hoofddoeken toe te laten in alle functies. Want, zeg je: "Wat moet iemand bijvoorbeeld met een homoseksuele geaardheid denken als hij aan de balie komt en geholpen wordt door iemand die middels haar kleding communiceert dat ze homoseksualiteit niet tolereert?"

Deze uitspraak is ronduit contraproductief voor de strijd van verschillende minderheden.

Dat iedereen die ondersteuning nodig heeft van het OCMW de allerbeste zorg verdient, daarover zijn we het eens.

Maatschappelijke dienstverlening staat los van iemands geloofsovertuiging, seksuele oriëntatie of verblijfsstatuut.

Wie heeft er baat bij dat het hoofddoekendebat nog maar eens als wapen ingezet wordt in een ideologische en identiteitsstrijd? Alvast niet de werkneemster van het OCMW, moeder, zus, vriendin, buurvrouw mét hoofddoek. Die zoveel meer is dan de vooroordelen die op haar geprojecteerd worden en dit allemaal om onze ‘neutraliteit’ te vrijwaren.

Een strijd om neutraliteit die verengd wordt tot de vraag aan die andere om zich onzichtbaar te maken. Noch holebi- of transfobie, racisme of islamofobie wist men uit door het opleggen van kledingvoorschriften. Onverdraagzaamheid valt niet van iemands gezicht of kledij af te lezen.

Bovendien is het nog niet zo lang geleden dat men van de holebi -en transgendergemeenschap in België dezelfde onzichtbaarheid eiste. Hoe was het ook alweer voor de LGBT+-leerkrachten in het katholieke onderwijs? Men vroeg hen om zich vooral gedeisd te houden. Welke politicus zou ons durven vragen om terug in de kast te kruipen? Om ons weer onzichtbaar te maken.

Beweren dat iedereen die een hoofddoek draagt de facto holebi- en transfoob is, is nefast voor alle betrokkenen. Dergelijke culturaliseringen helpen de strijd tegen holebi- en transfoob geweld geen centimeter vooruit. Actuele feiten tonen aan dat intolerantie ten aanzien van de LGBT-gemeenschap geen kleur heeft. Zo waren de motieven van de moord op Ihsane Jarfi (in mei 2012 gedood omwille van zijn seksuele geaardheid) niet geïnspireerd door de culturele identiteit van de daders.

Met jouw veralgemening over de medewerkster van het OCMW, bewijs je niemand een dienst. Mij als activist, als moslim en homo al helemaal niet. Waarschijnlijk is dit breaking news voor je, maar er zijn lesbische moslima’s mét een hoofddoek. Er zijn imams die openlijk homo zijn. En er zijn zoveel meer moslims met of zonder hoofddoek die geen probleem hebben met seksuele diversiteit. Het tegendeel beweren is even simplistisch als beweren dat alle Vlamingen racisten zijn.

Ik geef toe dat er nog veel werk op de plank ligt om onze maatschappij holebi– en transvriendelijker te laten worden. Maar we hebben bondgenoten nodig, geen straffe uitspraken die het draagvlak voor een inclusievere maatschappij ondermijnen.

Depolarisatie is wat we vandaag nodig hebben, dat is wat we verwachten van een kandidaat-burgemeester.

Werknemers met hoofddoek moeten beoordeeld worden op hun geleverde werk, net zoals hun collega’s zonder hoofddoek. De verdachtmaking die je formuleert ten aanzien van iemand die een hoofddoek draagt, getuigt misschien van een gebrek aan vertrouwen in het personeel van het OCMW van Leuven. Moeten we de burger niet het vertrouwen geven dat alle medewerkers onbevooroordeeld dienst verlenen? Ongeacht de geaardheid van de cliënt. En dat medewerkers op dergelijke ingesteldheid worden geselecteerd.

We zullen als samenleving moeten aanvaarden dat het gezicht van de maatschappij in constante verandering is. Dit houdt in: zoeken naar oplossingen die een weerspiegeling zijn van onze gedeelde waarden en normen, ongeacht geloofsovertuiging, geslacht, ras, seksuele oriëntatie of politieke voorkeur.

Maar laten we vooral ophouden met het opbod tussen minderheden. Hun strijd is een gedeelde strijd voor meer gelijkheid die het niet verdient om politiek gerecupereerd te worden.

Fourat Ben Chikha

Bron: 

De Morgen