RECENSIE | Farci.e door Sorour Dabari: Kijken en bekeken worden

17/12/2017 - 10:59
Beeld: Mehrdad Motejall
4
Sorour Darabi doorbreekt conventies over danstheater en gender met hun uitvoering ‘Farci.e’. In Sorours moedertaal, Perzisch, is gender van weinig belang. Toen die naar Parijs verhuisde, kon het contrast met het Frans niet groter zijn: alles moest ineens (grammaticaal) gender bekennen. Die spanning leidde tot ‘Farci.e’. ZiZo reporter Misha woonde de voorstelling in het Concertgebouw Brugge bij.
Vanaf het begin van de voorstelling voelt het publiek het discomfort; de felle lichten blijven aan in de zaal en we worden door het begin van de performance overvallen. We voelen ons ongemakkelijk zichtbaar, een gevoel dat de strakke, zelfzekere blik van Sorour versterkt. Hun blik zuigt ons meteen in de performance en wanneer die ‘hello’ zegt, slik ik bijna mijn tong in om hun niet terug te groeten. Toch voelt het publiek dat Sorour het grootste ongemak ervaart; de minutieus schokkerige bewegingen, het publiek dat met doodsstille concentratie toekijkt. Hoewel de drang om in te grijpen, te helpen, erg groot is, kunnen we als publiek enkel in onze rol als observator blijven zitten. Het (cis) publiek dat naar een trans* performer kijkt is een gevoelige metafoor voor de cis maatschappij die trans* personen bekijkt (en beoordeelt).
 

Trans* lichamen

Sorour speelt met kijken en bekeken worden. Niet alleen de felle belichting, ook de prangende blik waarmee die de ruimte opeist getuigen hiervan. Zo kaart die de zichtbaarheid van trans* lichamen aan, een zichtbaarheid die leidt tot objectivering van trans* personen zonder rekening te houden met hun eigen verhaal en (trans*-)eigenheid. Net als andere niet-normatieve lichamen krijgen de lichamen van trans* personen in deze maatschappij een ziektebeeld opgedrongen. De moeilijkheid waarmee Sorour dagdagelijkse handelingen als wandelen, gaan zitten, water drinken, een stapel papieren lezen en eten volbrengt, kunnen worden doorgetrokken naar andere delen van ons leven als trans* personen. Ondanks dat schadelijke beeld vertellen Sorours ogen een ander verhaal: uitdagend, zelfzeker en met een stevige scheut rebellie onderstreept die dat trans* lichamen niet zo fragiel en hulpeloos zijn als ze vaak worden voorgesteld.
 

Papier en theorie

Toch worden trans* lichamen en stemmen uitgewist, zelfs in de theoretische kaders rond (trans*)gender kwesties. Het discours dat (cisgender) academici opbouwen, ligt mijlenver van het discours van trans* personen. Voor hun is het geen theorie, maar een van hun leven, van hun werkelijkheid. Sorour legt niet zomaar de vinger op de wond, maar port er eens goed in zodat we de boodschap zeker mee hebben: Het is één ding om theoretisch te weten waar het om gaat, het is een ander om dag in, dag uit met die gevoelens rond te lopen. De individualiteit van trans*-zijn moet, ook in theoretische werken, meer aandacht krijgen. De eigenheid waarmee elke trans* persoon haar/hun/zijn gender beleeft, is waardevol en verdient het om gehoord te worden, om serieus genomen te worden. Ook (zeker) wanneer het niet past in het binaire mainstream discours. 
 
Zoals een andere toeschouwer het na de voorstelling verwoordde: “Dit moet ik toch eens laten bezinken.” Sorour slaagt er met deze voorstelling in om de spanning tussen het individu en de wereld rondom hun over te brengen op het publiek, om het publiek tegelijk te betrekken en te vervreemden en zo aan het denken te zetten.
 
Farci.e, Sorour Dabari, 2017, Concertgebouw Brugge
Bron: 

Eigen verslaggeving

Lees meer over: