OPINIE | Om van het Songfestival een emanciperend verhaal voor LGBT’s te maken heb je hetero’s nodig

12/05/2018 - 09:58
opinie
Foto Raf Van Bedts
Raf Van Bedts
‘Kerstmis voor LGBT’s’, ‘de speeltuin voor holebi’s’… Het Songfestival wordt al jaren vereenzelvigd met LGBT’s. Dat heeft historische gronden en maakt van het festival een belangrijk instrument voor de emancipatie van de regenbooggemeenschap. Maar overdaad kan schaden! Het Songfestival behoort niet exclusief toe aan de LGBT-gemeenschap! Zodra dat wél het geval wordt, verliest het zijn verbindende en diversifiërende functie.

Ik zal met deze inleiding niet meteen een sympathieke indruk hebben gewekt op dit forum, maar ze is ingegeven door een oprecht engagement om bij te dragen tot de integratie en maatschappelijke aanvaarding van LGBT’s in ons land en ver daarbuiten. Wacht dus met me aan het kruis te nagelen tot na het lezen van deze bijdrage en houd steeds voor ogen dat niet gans Europa al even ver staat op het vlak van gay rights als wij. Wat voor ons dagelijkse kost is, is in heel wat landen nog strafbaar.

Als hoogmis van de kitsch trekt het Songfestival de aandacht van ‘glitternichten’, maar er bestaan ook heel wat LGBT’s die het liedjesfestijn uitkotsen. Niet anders dan bij hetero’s dus. Het verschil met doorsnee hetero’s is dat LGBT-fans zichtbaarder en prominenter aanwezig zijn op het Songfestival. Die bonte massa is een godsgeschenk voor tv-makers. Het is geen toeval dat de organiserende omroep jaarlijks een contingent staanplaatsen voor de fans reserveert. Hun extravagante verschijningen zorgen voor sfeer en gezelligheid in de zaal en elke huiskamer. Ook achter de schermen, bij delegaties en geaccrediteerde journalisten en hobbyisten maken LGBT’s vaak de dienst uit waardoor de typische gay-stuff de verslaggeving over het festival verder inpalmt. De Barbara Dex-award (de prijs die jaarlijks wordt toegekend aan de deelnemer met de meest foute outfit) is daar een veruitwendiging van.

Muziek om de zeden te verzachten

Om van het Songfestival een emanciperend verhaal van maatschappelijke aanvaarding van LGBT’s te maken heb je hetero’s nodig. Het is een uitdaging voor makers van het Songfestival om juist te doseren: solidariteit en tolerantie ten aanzien van de regenbooggemeenschap creëren, maar er over waken dat wie niet tot de doelgroep behoort niet afhaakt. Hetzelfde heb je bij de Prides: als je alleen maar inzoomt op de pluimen in de kont, neemt de vorm het over van de inhoud en rest enkel het preken voor eigen kerk. Slimme tv-makers in progressieve landen zullen het festival aangrijpen om een hart onder de riem te steken van de LGBT-gemeenschap in landen waar het homo- en transseksualiteit taboe is. Eurovisie heeft immers als centrale boodschap dat muziek doorheen de diversiteit verenigt. ‘Make music, not war’. Het impliceert tevens dat muziek de dominerende factor op het festival blijft… mede om de zeden te verzachten. De ‘slurf’ mag bij sommigen misschien tot de verbeelding spreken, houd die olifant toch maar uit de porseleinwinkel.

De afgelopen jaren hebben Scandinavische landen het festival regelmatig mogen organiseren. Zij hebben de gelegenheid te baat genomen om in hun intervalacts duidelijke statements van verdraagzaamheid te incorporeren. Het is een blijk van erkenning naar de zichtbare, militante LGBT-groep voor hun loyauteit, maar ook een speldenprik om landen als Rusland op meer tolerante gedachten te brengen. Het is waardevoller dan deelnemers die uit pure berekening om de gay-vote binnen te halen een homo- of lesbo-kus integreren.

Het songfestival door de regenbooggemeenschap laten assimileren werkt contraproductief en is dus geen optie. Het Songfestival wordt door veel meer hetero’s bekeken dan LGBT’s. Alleen doen die eerste dat meer in stilte (vaak in familieverband), terwijl LGBT’s dat vaker publiekelijk, in groep én uitbundig doen. Dat kan een vertekend beeld geven over het doorsnee kijkerspubliek én de uitslagen. Wie het wereldje kent, kan voorspellen welke inzendingen zullen pieken in diverse polls van fanclubs. LGBT’s zijn daar in de meerderheid. Hun muzieksmaak domineert in de aanloop naar het festival. Dat verandert eens de festivalweek aanbreekt en de interesse van de anderen gewekt wordt. De kritische lezer zal niet nalaten erop te wijzen dat de bookmakers de afgelopen jaren vrij accuraat zijn, maar die voorspellingen veranderen nog tijdens de laatste week, wanneer duidelijk wordt hoe een songfestivalinzending er tussen alle concurrentie uitziet en hoe ze vertolkt wordt. Bovendien krijg je op dat ogenblik grotere publieke aandacht en verkleint het relatieve ‘regenboogaandeel’ bij de bookmakers en in polls.

Fluwelen handschoen

Het festival heeft in het verleden een belangrijke rol gespeeld voor de emancipatie van LGBT’s en moet dat in de toekomst nog kunnen doen. Dat heel wat Oost- en Centraal-Europese landen aan het festival deelnemen, biedt een enorme opportuniteit! Aangezien het songfestivalreglement bepaalt dat deelnemende omroepen de show integraal moeten uitzenden om het daarop volgende jaar te mogen deelnemen, is het een troef om homo- en transfobie aan te kaarten. Maar deze kans verzilver je met een fluwelen handschoen, niet met een stormram. De juiste toon vinden is een belangrijke uitdaging als je de problematische landen aan boord van het Songfestival wil houden. Pragmatisme, geen militantisme. Zelfs in dit muziekfestival hoeft de fanfare niet op kop!

Als oud-voorzitter van een songfestivalvereniging heb ik de kracht van het festival gevoeld bij het outingproces. Voor velen was het festival een alibi om ‘lotgenoten’ in onverdachte omstandigheden te ontmoeten, om te kunnen praten met mensen over hun geaardheid, vaak als generale repetitie vooraleer het thuisfront in te lichten. Ik heb mensen op bezoek gekregen die al hun moed bijeenraapten om hulp te vragen. Dat was confronterend, moeilijk en delicaat ook, maar tevens het begin van een blijvend engagement om te ijveren voor maatschappelijke aanvaarding en integratie van LGBT’s. Het feit dat ik werkte als politiek adviseur, heeft me geholpen om zaken in beweging te kunnen zetten. Die schrijnende persoonlijke verhalen zijn een tattoo in mijn hart, een dagelijkse reminder om dat engagement onverminderd aan te houden. Precies daarom is het luisterend oor van de hetero zo belangrijk: het is via die weg dat bekrompen geesten kunnen worden geopend en open geesten medestanders kunnen worden.

Aantrekken, niet afstoten

Overwinningen van de transseksuele Dana International en de travestiet Conchita Wurst hebben veel betekend voor de LGBT-gemeenschap, maar de keerzijde van de medaille is dat ze het Songfestival in de ogen van velen die niet tot de doelgroep behoren herleid hebben tot een ‘freaky circus’. Het is een kwestie van de zaak slim aan te pakken. Het Songfestival mag prikkelen, niet bruuskeren; sensibiliseren, niet diaboliseren; aantrekken, niet afstoten. Om van hetero’s bondgenoten, of althans geen tegenstanders te maken.

Dat de LGBT-gemeenschap een hoofdrol in en rond het Songfestival krijgt, is een evidentie. Eurovisië moet een land met open grenzen blijven en mag geenszins het Noord-Korea van het lichte entertainment worden.

Raf Van Bedts
Voormalig voorzitter van Euro-music en hoofdredacteur van Eurosong.be
Secretaris van OUT of the Blue, het SOGIE-netwerk van Open Vld

Bron: 

Eigen verslaggeving



Hier niet op klikken aub